donderdag 14 oktober 2010

Harde feiten

Op 1 juli kon ik het slabestek niet meer vinden. Ik wist dat zoeken zinloos was. Op 2 juli las ik in de regionale krant een klein bericht over een man op een brommer die fietsende meisjes staande hield om hen te beroven van hun linkerschoen. De dag daarna kreeg ik griep die niet doorzette en op 4 juli nam ik de streekbus naar Lochem omdat ik een vermoeden had. Het vermoeden bleek onjuist en ik kwam thuis met niets anders dan een paar magnetische delfts-blauwe klompjes voor op de koelkast. Vervolgens gebeurde er maanden niets.
Op 5 september overleed mijn moeder en op 6 september mijn vader. Ik heb een mooie toespraak gehouden. Op 10 september kreeg ik een nieuwe vriendin, maar zij bleek vegetarisch. Daar heb ik begrip voor opgebracht. In oktober viel ik ten prooi aan waanbeelden, waarbij ik dacht mijn moeder te zien. Mijn vader hield zich zoals gewoonlijk afzijdig. Op 1 december nam ik mij voor te stoppen met hallucineren en dat heb ik volgehouden. Op 11 december was ik jarig, maar dat heb ik niet gevierd. Daarna had ik het idee snel te sterven, maar ik ben nog steeds in leven. Op 1 januari dacht ik dat het 29 december was. Met mijn nieuwe vriendin was het toen allang uit. De volgende dag las ik in de regionale krant dat de schoenenfetisjist was opgepakt. Op 5 december sneeuwde het. Mijn slabestek heb ik nooit meer teruggevonden.

dinsdag 17 augustus 2010

Zwembad

Niets dat de verloren jeugd zo sterk oproept als de lucht van chloor. Ik hoef maar langs een zwembad te rijden en het slaat als een golf door mijn lichaam. De weemoed. De onschuld. Zwemmen deed je toen je nog niets hoefde. Zwemmen deed je als het lekker weer was. Als je in je korte broek naar huis reed. De opwinding. Thuis je tas met boeken in een hoek smijten, je zwembroek, je handdoek en je abonnement in een tas doen en dan snel naar Zwembad De Looƫrmark.
Met zeven jongens en meisjes naar een zwembad rijden. Veel beter wordt het leven niet. Alles is nog mogelijk. Er staan 1.400 fietsen en toch vind je een plekje. Het genot van het abonnement. Je hebt inmiddels geleerd hoe je dat zo onverschillig mogelijk omhoog moet houden. Andere mensen in de rij, zonder abonnement, kijken je na. Ja, jij bent een door de wol geverfde zwembadbezoeker.
Die heerlijke grijze haken waar je je kleding aan ophangt. Pas drie jaar geleden, ongeveer 35 jaar te laat, begreep ik dat de twee onderste kromme stukken voor de schoenen zijn. De kleedhokjes. Het gekloot met het slot. Die belachelijke angst, toen al, dat iemand je lulletje ziet. En dan misschien wel het fijnste van een zwembad. Het naar elkaar roepen. ‘Krik! Krik!’ ‘Ja, wat is er?’ ‘Krik, je hebt een olifantenpik.’ Het gelach. Om jou. Ik denk dat veel cabaretiers zijn begonnen in een zwembad.
En dan het water. Het geschreeuw. De rij bij de duikplank. De net iets te wilde sprongetjes in het gras, van jongetjes die later nooit meer zo zullen springen. Zorgeloos. Twee gulden vijftig onder je handdoek, om patat te kopen. Je wang tegen al die blote ruggen voor je als je op je beurt wacht. En dan het water. Boven je hoofd. Alles is stil en als je bovenkomt gil je. Van blijdschap, al weet je niet waarom.

vrijdag 16 april 2010

Kranige Krik en Spleen de Steenmarter - een eerste ontmoeting

,,Hola hola". Spleen de Steenmarter kon Kranige Krik niet meer op tijd waarschuwen. Met een doffe plof viel Krik in een grote plas modder. Hier was even niets meer kranigs aan te ontdekken.

,,Pas dan ook op , waarde vriend", giechelde Spleen. ,,Moet je kijken hoe je er nu weer bij ligt."

Inderdaad. Kranige Krik was met zijn neus in de modder gevallen. Zijn bril was besmeurd met zwarte vlekken, zijn trui met zwarte gaten was nu helemaal zwart. Zijn witte sokken met daaromheen rode sandalen zagen er , zoals eigenlijk alles aan het kranige dikke mannetje, niet meer uit.

,,Waarom waarschuw je me altijd zo laat Spleen?..kijk mij nu eens...alles vies en smerig...alsof ik al niet genoeg stink."

Kranige Krik probeerde op te staan maar gleed opnieuw uit en viel nu op zijn rug in de modderplas. Beteuterd keek hij omhoog de donkere nacht in.

,,Spleen, jij met die nachtogen van jou...zou jij ook niet eens een bril overwegen?"

,,Voor dieren zoals ik zijn er geen brillen, vriend. Ik hou meer van mijn neus...daarom ben ik ook zo graag in jouw bijzijn. Geloof me, je stinkt minder dan de meeste mensen."

,,Vast wel...jij ruikt alleen de burgerlijkeid zoals jij dat noemt...hoe zeg je dat ook al weer?...de ph-waarde van de.....

Opeens hield Kranige Krik op met praten. Ook met proberen op te staan trouwens. Hij schoof zijn billen zelfs wat vaster in de modder zo leek het. Hij had het naar zijn zin. Daar in die modderplas. Recht onder de vallende nacht.

,,Wel, kijk eens aan Spleen. Zie je die vallende sterren? Het zijn niet de sterren die we normaal zien vallen. Dit zijn bijzondere Spleen...dit zijn sterren die naar elkaar toevallen. Het zijn mijn ouders. Ik zie ze zo zitten. Plat tegen de ramen geplakt.

Pa in de Skoda...hij is hem aan het duwen. Ma in haar kanariegele Fiat. Haar knipperlicht blinkt rechts...wedden dat ze links afslaat?"

,,Kom vriend", zei Spleen opeens wat verontrust. ,,Begin hier nu niet weer over...laten we verder lopen..de nacht in of uit...jij mag het zeggen."

Maar Kranige Krik was niet van plan om op te staan. Dwars door zijn beslagen bril keek hij de lucht in. Vanaf zijn neus stroomde de modder over zijn gezicht. De zwarte gaten in zijn trui waren zwarter dan zwart.

,,Ga jij maar even allen verder Spleen", zei Krik. ,,Ik wacht even op mijn moeder en dan wil die Skoda helpen aanduwen voordat mijn vader alle sterren naar beneden gaat vloeken."

,,Oke dan...jij je zin...ik laat je niet alleen...je bent mijn vriend." De trouwe steenmarter begon zijn staart te wassen. Met zijn donkere kraaloogjes volgde hij de blik van Krik die steeds verder wegzakte in de modder. Alleen zijn neus stak nog iets uit de plas.

,,Wat allemachtig zullen we nu weer beleven?" Spleen keek hoe de twee sterren met een duizelingwekkende vaart richting het zwarte gat in de trui van Krik vlogen."

,,Vriend Krik...pas op...PAS OP!!!

donderdag 11 maart 2010

Boekenballade

Ha...sinds Schraalhans zich heeft toegelegd op het schrijven van korte pornoteksten voor sexlijnen staat de telefoon bij ons niet meer stil.

Of we tijd vrij hadden voor het boekenbal.

We zaten net aan een glaasje kraanwater op onze stek: de bodem van de IJssel.

,,Wie komen daar dan", wilde Hartzeer weten.

Omdat we de hele uitgave en verdeling van Schraalhans' schuine teksten in eigen beheer willen houden,spreekt Hartezeer de teksten in.

En de stem van ons baarmoedertje laat weinig aan de verbeelding over: Hartzeer rookt zware Aldi-shag en vult haar pakjes bij met het schaamhaar dat Keukenmeester overal achterlaat. Ze hoest, fluimt, pruimt, kokhalst en rochelt als een havenmeester. En dat op de erotiek-erudiete teksten van Schraalhans.

Alsog de honing met scheermesjes wordt opgediend.

Wij krijgen er geen stijve van. Kramp in de kuiten misschien en een ranzige koppijn.

,,Nescio komt ook", weet Keukenmeester. ,,En Dek, je weet wel, Multatuli..Douwe Dekkers."

,,Die hebben we lang niet meer gesproken. Komen Mulisch en Nooteboom ook? Nee , over een paar jaar pas."

,,En die dichters dan? Hagar, ons liefje, Hagar Peeters. Ilja, de dikbuikige alleskunner? Allemaal later....Slauerhoff is er wel...die zit ook het liefst ergens op de bodem."

Er is een plekje voor ons gereserveerd in de kelder. We gaan ons er thuis voelen. Net zoals hier...in Barakstad... op de bodem van de IJssel.

Het is het plekje speciaal voor degenen die er een grimmige moraal ophouden. Te lui om te leren en een degelijke baan te zoeken, leep genoeg om te profiteren.

Laat de wereld naar de hel lopen. Voorwaarts, weg!!! En tot weerziens hier, waar dan ook!!!

dinsdag 2 maart 2010

Parade

Daar lopen we dan. Schraalhans, Hartezeer, Keukenmeester en ik. Betraand. We strompelen door het Bergkwartier. Dickens achterna. Bezeken overhemden, bescheten onderbroeken, truien met zwarte gaten erin.

Verroeste trommels, valse accordeons en gitaren zonder snaren. We zien er uit!!

Ach! Die grimmige trek van pittoreske lompen. Wat een rijpe mannen zijn we! Nou ja, behalve Hartezeer dan. Maar je zou het zo eentweedrie niet aan haar zien. Gekortwiekt met een botte tondeuze, haar tieten hangen op d'r rug. Ruim 20 keer gebigt. Die heeft alles wat vrouwlijk is weggebaard.

Ik kwam ze tegen op de bodem van de IJssel. Ze kwamen me sympathiek over, waren net terug van de voedselbank. Ze nodigden me uit. Daar, op de bodem van de IJssel. We dronken een glaasje bronwater.

Die eeuwige dorst!!! Die onstuitbare bulderdwang!!! En onaflaatbare zenuwen in de vingertoppen.

Nu wonen we met zijn allen in mijn huis. Hartezeer kookt aardappelen. Schraalhans koopt bier. Keukenmeester ligt vooral op mijn bed. Ik vind het niet zo erg. Ik neem iedereen die sympathiek is op in mijn huis. Als ik af en toe maar helemaal alleen op dat doorgelegen bed kan liggen.

Maar daar lopen we dan. Het Bergkwartier. Grimas op onze tronies. Schuimbekkend, struikelend. Betraand opnieuw. We hebben veel bekijks van dagjesmensen. Hun spotlach of gruwel duurt 1 minuut of anders maanden aan een stuk.

We weten het. We lopen er tenslotte al een tijdje.

Genoeg gezien, droomgezichten verschenen in moessonregens en bij bolle oostenwinden.
Genoeg gehad, kampungs, gehuchten, overvolle stadsgezichten, kokosnoten en watervallen.
Genoeg gekend, de stilstanden van het leven, de roddels en valse tronies.

We lullen wat af. We droomvergezichten er maar op los.

Maar bovenal brouwen we bloed!!! In verheven eenzaamheid. Met z'n vieren. Nog even en we zijn werkelijk aan gene zijde van het graf.

Geen opdrachten meer. Ontslagen van verplichtingen.

woensdag 20 januari 2010

Thuis

,,Ach adoe, kijk die lege klapperboom toch!"

,,Dat plekje onder de boom...de zetel van Somberman Krik...onze Krik...er vallen niets dan tranen in deze moesson."

,,En rotte kokosnoten. Geen kale kop om ze te kraken."

,,Ze zeggen dat hij met de boot naar Holland is...de stoomboot."

,,Ja, hij vertrok op een wit paard, gekleed in mantel en een rode mijter op zijn hoofd."

,,Zijn baard had ie ook al een tijdje niet geschoren...hij is met voorbedachte rade van ons vertrokken...zonder iets te zeggen. Hij zei altijd dat afscheid nemen zijn hobby was. Aankomen vond ie maar niets...weggaan daarentegen...een meester."

,,We missen hem wel...zijn aandoenlijk gemompel...zijn moederlijk geklaag...die manische zorgzaamheid...wie gaat de kokosnoten kraken?"

,,Geen kop zo hard als de die van Somberman Krik."

,,Hij heeft wel eens verteld dat ie terug wou naar waar hij vandaan kwam. Ergens ver weg in Holland. Nou ja, die eikels hebben we hier lang genoeg gehad. Ik geloof dat ie voldoende herstelbetalingen heeft gemaakt. Leeggeplukt is ie. Ze verdienen niet beter...die Hollanders met hun grote bek."

,,Ho ho ho, dat was niet onze man, Somberman Krik zweeg het liefst, hield niet van praten. Als ik bij hem op bezoek kwam , weet je wat ie dan zei? Hij zei: doe maar alsof je thuis bent, doe maar alsof ik er niet ben. En dan ging ie meestal op zijn schommelstoel zitten. Hij keek voor zich uit. Ik heb geen idee wat er door hem heen ging. Ik hoop het beste."

,,Ja, mij heeft ie verteld dat ie op de lage luchten gedichten wilde gaan schrijven...grijs als leisteen zei ie. Hij had genoeg van die Acer Aspire...hij wilde iets anders...bolle oostenwinden die zijn land nog vlakker slaan....waar torenspitsen bergen zijn...een noordzee die koppig breekt aan hoge duinen...natte westenwinden die gieren van venijn..zijn vlakke land...daar had Somberman het aldoor over..zijn vlakke land dat kraakt en vecht...en dagen die in domme regelmaar gaan."

,,Dat heeft ie mij wel eens verteld."

,,Hij had heimwee."

,,Maar laten we naar de wolken kijken. Misschien drijft er een gedicht van hem over."

,,Ja , laten we ons hoofd naar boven gericht houden. De sterren zijn nog altijd beter dan de platgetrapte rijstvelden onder onze sandalen. Wel mooi groen..hemels zelfs...maar lang niet zo mooi als lage luchten die grijs als leisteen zijn."

,,Pannenkoek, lulkoek Somberman Krik. Kom maar snel terug. We zullen omstebeurt je zere voeten masseren en de beste kokosnootmelk voor je verzamelen."

woensdag 14 oktober 2009

Stille Kracht (een parabel)

Dat ik godverdomme hier, midden onder de evenaar, er achter moet komen waar mijn talenten liggen. Op middelbare leeftijd nog wel...er rest me weinig tijd...ik moet aan de slag.

Ik doe aan zinloos geweld tot in de hoogste macht. Ik ben het licht dat mensen met een bijna dood ervaring zien. De Vernietiger. Ik laat ze nog even rondspartelen op het aardse.

Vorige week heb ik mijn eerste moord gepleegd. Ik wandelde op het strand.

,,He trut je staat in mijn zon, pleur op."

,,Wat meneer?"

Met een kokosnoot ramde ik een paar keer op dat eierhoofdje. Die Indonesiers, voer voor orthopeden met hun afwijkene schedels. Ik gaf ze nog wat om zich over te buigen.

Drie klappen met een kokosnoot. Het meisje keek verdwaasd toen ze neerviel. Ik was er niet tevreden over. Met mijn Zwitsrs zakmes sneed ik haar keel open.

Kijk, dat doet een man goed. Ik kreeg een stijve. Niet dat ik wou neuken maar me even aftrekken boven zo'n gladgesneden kut zag ik wel zitten.

Ik kreeg een beetje spijt van die opengereten keel maar kon nog wel klaar komen. Ondanks het gereutel.

Even verderop schoot ik een paar vissers door het hoofd. Mijn colt.45 mag dan wel een oudje zijn, van 1 meter mist ie nooit. Zo'n gaatje in het voorhoofd staat eigenlijk heel wat netter dan het gebeuk met een kokosnoot. Ik vroeg me af of ik me nog eens zou aftrekken.

Maar mijn hond zat al op een lijk te rijden. Ach mijn hond, ik verwaarloos hem, maar nu heeft ie me toch een plezier. Kijk hem eens tekeer gaan.

Toen ik thuis kwam spijkerde ik de huisvrouw aan de deur vast. Ik heb haar nooit gemogen.

,,Jezus als vrouw, hoe bevalt dat nu. Wees in ieder geval blij dat je aan eerste klas teakhout bent vastgenageld loeder. Niet iedereen krijgt zo'n voorkeursbehandling."

Ik heb haar in de fik gestoken, met deur en al. Teakhout dat vlamt als geen ander. En de geur van verbrand mensenvlees...tsja...ik bereidde een nasi voor mijn vrouw.