donderdag 11 maart 2010

Boekenballade

Ha...sinds Schraalhans zich heeft toegelegd op het schrijven van korte pornoteksten voor sexlijnen staat de telefoon bij ons niet meer stil.

Of we tijd vrij hadden voor het boekenbal.

We zaten net aan een glaasje kraanwater op onze stek: de bodem van de IJssel.

,,Wie komen daar dan", wilde Hartzeer weten.

Omdat we de hele uitgave en verdeling van Schraalhans' schuine teksten in eigen beheer willen houden,spreekt Hartezeer de teksten in.

En de stem van ons baarmoedertje laat weinig aan de verbeelding over: Hartzeer rookt zware Aldi-shag en vult haar pakjes bij met het schaamhaar dat Keukenmeester overal achterlaat. Ze hoest, fluimt, pruimt, kokhalst en rochelt als een havenmeester. En dat op de erotiek-erudiete teksten van Schraalhans.

Alsog de honing met scheermesjes wordt opgediend.

Wij krijgen er geen stijve van. Kramp in de kuiten misschien en een ranzige koppijn.

,,Nescio komt ook", weet Keukenmeester. ,,En Dek, je weet wel, Multatuli..Douwe Dekkers."

,,Die hebben we lang niet meer gesproken. Komen Mulisch en Nooteboom ook? Nee , over een paar jaar pas."

,,En die dichters dan? Hagar, ons liefje, Hagar Peeters. Ilja, de dikbuikige alleskunner? Allemaal later....Slauerhoff is er wel...die zit ook het liefst ergens op de bodem."

Er is een plekje voor ons gereserveerd in de kelder. We gaan ons er thuis voelen. Net zoals hier...in Barakstad... op de bodem van de IJssel.

Het is het plekje speciaal voor degenen die er een grimmige moraal ophouden. Te lui om te leren en een degelijke baan te zoeken, leep genoeg om te profiteren.

Laat de wereld naar de hel lopen. Voorwaarts, weg!!! En tot weerziens hier, waar dan ook!!!

dinsdag 2 maart 2010

Parade

Daar lopen we dan. Schraalhans, Hartezeer, Keukenmeester en ik. Betraand. We strompelen door het Bergkwartier. Dickens achterna. Bezeken overhemden, bescheten onderbroeken, truien met zwarte gaten erin.

Verroeste trommels, valse accordeons en gitaren zonder snaren. We zien er uit!!

Ach! Die grimmige trek van pittoreske lompen. Wat een rijpe mannen zijn we! Nou ja, behalve Hartezeer dan. Maar je zou het zo eentweedrie niet aan haar zien. Gekortwiekt met een botte tondeuze, haar tieten hangen op d'r rug. Ruim 20 keer gebigt. Die heeft alles wat vrouwlijk is weggebaard.

Ik kwam ze tegen op de bodem van de IJssel. Ze kwamen me sympathiek over, waren net terug van de voedselbank. Ze nodigden me uit. Daar, op de bodem van de IJssel. We dronken een glaasje bronwater.

Die eeuwige dorst!!! Die onstuitbare bulderdwang!!! En onaflaatbare zenuwen in de vingertoppen.

Nu wonen we met zijn allen in mijn huis. Hartezeer kookt aardappelen. Schraalhans koopt bier. Keukenmeester ligt vooral op mijn bed. Ik vind het niet zo erg. Ik neem iedereen die sympathiek is op in mijn huis. Als ik af en toe maar helemaal alleen op dat doorgelegen bed kan liggen.

Maar daar lopen we dan. Het Bergkwartier. Grimas op onze tronies. Schuimbekkend, struikelend. Betraand opnieuw. We hebben veel bekijks van dagjesmensen. Hun spotlach of gruwel duurt 1 minuut of anders maanden aan een stuk.

We weten het. We lopen er tenslotte al een tijdje.

Genoeg gezien, droomgezichten verschenen in moessonregens en bij bolle oostenwinden.
Genoeg gehad, kampungs, gehuchten, overvolle stadsgezichten, kokosnoten en watervallen.
Genoeg gekend, de stilstanden van het leven, de roddels en valse tronies.

We lullen wat af. We droomvergezichten er maar op los.

Maar bovenal brouwen we bloed!!! In verheven eenzaamheid. Met z'n vieren. Nog even en we zijn werkelijk aan gene zijde van het graf.

Geen opdrachten meer. Ontslagen van verplichtingen.