Daar lopen we dan. Schraalhans, Hartezeer, Keukenmeester en ik. Betraand. We strompelen door het Bergkwartier. Dickens achterna. Bezeken overhemden, bescheten onderbroeken, truien met zwarte gaten erin.
Verroeste trommels, valse accordeons en gitaren zonder snaren. We zien er uit!!
Ach! Die grimmige trek van pittoreske lompen. Wat een rijpe mannen zijn we! Nou ja, behalve Hartezeer dan. Maar je zou het zo eentweedrie niet aan haar zien. Gekortwiekt met een botte tondeuze, haar tieten hangen op d'r rug. Ruim 20 keer gebigt. Die heeft alles wat vrouwlijk is weggebaard.
Ik kwam ze tegen op de bodem van de IJssel. Ze kwamen me sympathiek over, waren net terug van de voedselbank. Ze nodigden me uit. Daar, op de bodem van de IJssel. We dronken een glaasje bronwater.
Die eeuwige dorst!!! Die onstuitbare bulderdwang!!! En onaflaatbare zenuwen in de vingertoppen.
Nu wonen we met zijn allen in mijn huis. Hartezeer kookt aardappelen. Schraalhans koopt bier. Keukenmeester ligt vooral op mijn bed. Ik vind het niet zo erg. Ik neem iedereen die sympathiek is op in mijn huis. Als ik af en toe maar helemaal alleen op dat doorgelegen bed kan liggen.
Maar daar lopen we dan. Het Bergkwartier. Grimas op onze tronies. Schuimbekkend, struikelend. Betraand opnieuw. We hebben veel bekijks van dagjesmensen. Hun spotlach of gruwel duurt 1 minuut of anders maanden aan een stuk.
We weten het. We lopen er tenslotte al een tijdje.
Genoeg gezien, droomgezichten verschenen in moessonregens en bij bolle oostenwinden.
Genoeg gehad, kampungs, gehuchten, overvolle stadsgezichten, kokosnoten en watervallen.
Genoeg gekend, de stilstanden van het leven, de roddels en valse tronies.
We lullen wat af. We droomvergezichten er maar op los.
Maar bovenal brouwen we bloed!!! In verheven eenzaamheid. Met z'n vieren. Nog even en we zijn werkelijk aan gene zijde van het graf.
Geen opdrachten meer. Ontslagen van verplichtingen.
dinsdag 2 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten