Op 1 juli kon ik het slabestek niet meer vinden. Ik wist dat zoeken zinloos was. Op 2 juli las ik in de regionale krant een klein bericht over een man op een brommer die fietsende meisjes staande hield om hen te beroven van hun linkerschoen. De dag daarna kreeg ik griep die niet doorzette en op 4 juli nam ik de streekbus naar Lochem omdat ik een vermoeden had. Het vermoeden bleek onjuist en ik kwam thuis met niets anders dan een paar magnetische delfts-blauwe klompjes voor op de koelkast. Vervolgens gebeurde er maanden niets.
Op 5 september overleed mijn moeder en op 6 september mijn vader. Ik heb een mooie toespraak gehouden. Op 10 september kreeg ik een nieuwe vriendin, maar zij bleek vegetarisch. Daar heb ik begrip voor opgebracht. In oktober viel ik ten prooi aan waanbeelden, waarbij ik dacht mijn moeder te zien. Mijn vader hield zich zoals gewoonlijk afzijdig. Op 1 december nam ik mij voor te stoppen met hallucineren en dat heb ik volgehouden. Op 11 december was ik jarig, maar dat heb ik niet gevierd. Daarna had ik het idee snel te sterven, maar ik ben nog steeds in leven. Op 1 januari dacht ik dat het 29 december was. Met mijn nieuwe vriendin was het toen allang uit. De volgende dag las ik in de regionale krant dat de schoenenfetisjist was opgepakt. Op 5 december sneeuwde het. Mijn slabestek heb ik nooit meer teruggevonden.
donderdag 14 oktober 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)